Wil je een tijdschakelaar instellen, maar weet je niet precies hoe de knoppen, pinnetjes of segmenten werken? De juiste werkwijze hangt vooral af van het type tijdschakelaar dat je hebt.

In deze handleiding leggen we stap voor stap uit hoe je een analoge en digitale tijdschakelaar instelt en wat je kunt doen als de timer niet goed werkt.

Hoe moet je een tijdschakelaar instellen?

Een tijdschakelaar stel je in door eerst de huidige tijd goed te zetten en daarna de gewenste aan- en uitschakeltijden in te stellen.

Bij een analoge tijdschakelaar gebruik je hiervoor meestal segmenten of pinnetjes rond de draaischijf, terwijl je bij een digitale tijdschakelaar de knoppen en het display gebruikt. Zet de tijdschakelaar daarna op de automatische stand en controleer of het ingestelde programma werkt.

In de meeste gevallen volg je deze stappen:

  1. Controleer welk type tijdschakelaar je hebt.
  2. Stel de huidige tijd correct in.
  3. Bepaal wanneer het aangesloten apparaat aan moet.
  4. Stel de inschakeltijd in.
  5. Stel de uitschakeltijd in.
  6. Kies bij digitale modellen de juiste dagen.
  7. Zet de tijdschakelaar op AUTO of het kloksymbool.
  8. Sluit het gewenste apparaat aan.
  9. Controleer of het programma werkt.

Kort antwoord

Bij een analoge tijdschakelaar draai je de klok naar de huidige tijd en stel je met pinnetjes of segmenten de gewenste schakeltijden in. Bij een digitale tijdschakelaar stel je eerst dag en tijd in en programmeer je daarna een ON- en OFF-tijd. Zet de timer vervolgens op AUTO, anders wordt het ingestelde programma mogelijk niet uitgevoerd.

Inhoudsopgave

Welke soort tijdschakelaar heb je?

Voordat je begint, moet je weten welk type tijdschakelaar je hebt. Vooral analoge en digitale stekkermodellen komen veel voor. Daarnaast bestaan er slimme tijdschakelaars en modellen die in een groepenkast worden gemonteerd.

Je kunt de meest voorkomende modellen als volgt herkennen:

Type tijdschakelaar Herkenbaar aan Instellen met
Analoog met segmenten Ronde draaischijf met kleine segmenten Segmenten indrukken of verschuiven
Analoog met pinnetjes Ronde schijf met losse pinnetjes Aan- en uitpinnen
Digitaal Display en meerdere knoppen Digitaal programma
Slimme tijdschakelaar Wifi, Bluetooth of app Smartphone/app
DIN-rail tijdschakelaar Gemonteerd in groepenkast Knoppen, display of draaischijf

Heb je een ronde schijf met rondom kleine blokjes? Dan heb je waarschijnlijk een analoge tijdschakelaar met segmenten. Zie je een display waarop de tijd wordt weergegeven, dan gaat het waarschijnlijk om een digitale uitvoering.

De precieze bediening verschilt per merk en model. Controleer daarom ook de symbolen en handleiding van jouw tijdschakelaar. Vooral de werking van analoge segmenten is niet bij ieder model precies hetzelfde.

Analoge tijdschakelaar instellen

Een analoge tijdschakelaar werkt met een mechanische draaischijf waarop meestal 24 uur staat aangegeven. Rondom deze schijf zitten segmenten of pinnetjes waarmee je bepaalt wanneer de stroom wordt in- en uitgeschakeld. De schijf draait vervolgens gedurende de dag langzaam rond.

Het voordeel is dat de bediening relatief eenvoudig is. Je hebt geen digitaal menu en hoeft meestal maar een paar handelingen uit te voeren. Het nadeel is dat je minder nauwkeurig en uitgebreid kunt programmeren dan bij veel digitale modellen.

Stap 1: zoek de huidige tijd op de draaischijf

Bekijk eerst de cijfers rond de schijf. Bij een 24-uurs tijdschakelaar zie je bijvoorbeeld 6, 12, 18 en 24 uur staan. Daartussen bevinden zich kleinere markeringen of segmenten.

Zoek vervolgens de huidige tijd. Is het bijvoorbeeld 14:30 uur, dan moet 14:30 bij de vaste markering of pijl van de tijdschakelaar komen te staan. Kijk goed welke markering op jouw model hiervoor wordt gebruikt.

Stap 2: draai de schijf naar de huidige tijd

Draai de schijf in de richting die door de fabrikant wordt aangegeven totdat de huidige tijd tegenover de markering staat. Forceer de schijf niet wanneer deze niet makkelijk in een bepaalde richting draait. Sommige mechanische timers mogen maar één kant op worden gedraaid.

Dit is een belangrijke stap. Staat de interne klok twee uur verkeerd, dan worden ook de ingestelde schakelmomenten twee uur te vroeg of te laat uitgevoerd. Controleer de tijd daarom voordat je de segmenten gaat instellen.

Stap 3: bepaal de gewenste schakeltijden

Bepaal nu wanneer het aangesloten apparaat moet werken. Stel dat je een lamp iedere avond tussen 18:00 en 23:00 uur wilt laten branden. Dan moet de tijdschakelaar gedurende deze vijf uur stroom doorgeven.

Schrijf de tijden eventueel vooraf op:

  • AAN: 18:00 uur
  • UIT: 23:00 uur
  • Dagen: iedere dag

Bij een standaard analoge 24-uurs timer wordt dit programma meestal iedere dag herhaald. Wil je verschillende programma’s voor verschillende weekdagen, dan is een digitale tijdschakelaar vaak geschikter.

Stap 4: stel de segmenten in

Rond de draaischijf bevinden zich kleine segmenten. Eén segment vertegenwoordigt bijvoorbeeld 15 of 30 minuten, maar dit verschilt per tijdschakelaar. Controleer daarom hoeveel tijd één segment op jouw model vertegenwoordigt.

Wil je de lamp van 18:00 tot 23:00 uur laten branden? Dan stel je alle segmenten binnen dat tijdvak in op de schakelstand. Bij segmenten van 15 minuten gaat het om twintig segmenten.

Let hierbij goed op:

  • controleer hoeveel minuten één segment vertegenwoordigt;
  • stel alle segmenten binnen het gewenste tijdvak in;
  • controleer of het eerste en laatste segment correct staan;
  • kijk op de tijdschakelaar welke positie AAN betekent;
  • neem niet automatisch aan dat ingedrukt altijd AAN betekent.

Dat laatste punt is belangrijk. Bij sommige modellen betekent een ingedrukt segment dat de stroom wordt ingeschakeld, terwijl de werking bij andere uitvoeringen anders kan zijn. Controleer daarom de aanduidingen op jouw model of de handleiding.

Stap 5: zet de tijdschakelaar in de timerstand

Veel analoge tijdschakelaars hebben aan de zijkant een kleine schuifknop. Daarmee kun je kiezen tussen continu stroom en automatisch schakelen. De automatische stand wordt vaak aangegeven met een kloksymbool.

Zet de schakelaar op de automatische stand. Staat deze op permanent AAN, dan blijven je ingestelde segmenten zonder effect. Dit is een van de eerste dingen die je moet controleren wanneer een analoge tijdschakelaar niet lijkt te werken.

Stap 6: sluit het apparaat aan

Steek de tijdschakelaar in het stopcontact en sluit het gewenste apparaat op de timer aan. Zorg dat het aangesloten apparaat zelf ook ingeschakeld staat. Een lamp waarvan de eigen schakelaar op UIT staat, gaat natuurlijk niet branden wanneer de timer stroom geeft.

Controleer daarnaast of het aangesloten vermogen binnen de toegestane belasting van de tijdschakelaar valt. Die informatie vind je op het product of in de handleiding. Gebruik de timer niet voor toepassingen waarvoor deze volgens de fabrikant niet geschikt is.

Stap 7: test de tijdschakelaar

Je hoeft niet per se uren te wachten om te ontdekken of de instelling klopt. Je kunt voor de test tijdelijk een schakelmoment instellen dat enkele minuten of segmenten na de huidige tijd ligt. Zo kun je snel controleren of de timer daadwerkelijk schakelt.

Zet na de test het gewenste programma terug. Controleer vervolgens opnieuw de huidige tijd en automatische stand. Daarmee voorkom je dat de testinstellingen per ongeluk actief blijven.

Tijdschakelaar met pinnetjes instellen

Niet iedere analoge tijdschakelaar gebruikt segmenten. Er bestaan ook mechanische modellen waarbij je losse pinnetjes rond de draaischijf plaatst. Deze pinnetjes zorgen op een bepaald moment voor een schakelactie.

Bij dit type kan bijvoorbeeld één pin het apparaat inschakelen en een tweede pin het apparaat weer uitschakelen. De precieze werking verschilt echter per fabrikant. Controleer daarom altijd hoe de pinnen van jouw model zijn gemarkeerd.

Zo stel je een tijdschakelaar met pinnetjes in

Begin opnieuw met het correct zetten van de huidige tijd. Draai de schijf totdat de actuele tijd bij de daarvoor bedoelde markering staat. Plaats daarna de schakelpin op het gewenste tijdstip.

Wil je bijvoorbeeld dat verlichting tussen 18:00 en 23:00 uur brandt, dan kan het schema er als volgt uitzien:

  • pin voor inschakelen bij 18:00;
  • pin voor uitschakelen bij 23:00;
  • huidige tijd correct zetten;
  • tijdschakelaar op automatische stand;
  • aangesloten verlichting zelf ingeschakeld laten.

Sommige tijdschakelaars gebruiken verschillende kleuren of vormen voor de AAN- en UIT-pinnen. Verwissel deze niet, want dan kan het programma precies andersom werken. Kijk naar de aanduidingen op de pinnen en timer.

Tijdschakelaar met segmenten instellen

Bij moderne analoge stekkertimers zie je vaker segmenten dan losse pinnen. Rondom de 24-uurs schaal zitten tientallen kleine blokjes die ieder een bepaald aantal minuten vertegenwoordigen. Hiermee kun je één of meerdere tijdvakken per dag instellen.

Stel eerst vast hoeveel tijd één segment vertegenwoordigt. Dit kun je soms aflezen aan de schaalverdeling. Bij een timer met vier segmenten per uur vertegenwoordigt ieder segment bijvoorbeeld 15 minuten.

Een voorbeeld:

Je wilt verlichting van 17:30 tot 22:00 uur laten branden.

Bij segmenten van 15 minuten stel je dan het hele tijdvak van 17:30 tot 22:00 in. Dat zijn in totaal 4,5 uur en dus achttien segmenten van 15 minuten.

Controleer daarna drie zaken:

  • staat de huidige tijd goed;
  • staan de juiste segmenten in de actieve positie;
  • staat de keuzeschakelaar op automatisch.

Is dat allemaal goed ingesteld? Dan hoort de timer het programma iedere 24 uur opnieuw uit te voeren. Houd er rekening mee dat eenvoudige analoge timers meestal geen onderscheid maken tussen maandag en zaterdag.

Digitale tijdschakelaar instellen

Een digitale tijdschakelaar biedt meestal meer mogelijkheden. Je kunt vaak verschillende programma’s maken, specifieke weekdagen selecteren en meerdere aan- en uitschakelmomenten instellen. De bediening vraagt daardoor wel iets meer aandacht.

De precieze knoppen verschillen per fabrikant. Veel modellen gebruiken termen zoals CLOCK, TIMER, PROG, WEEK, HOUR en MIN. Gebruik onderstaande stappen daarom als algemene werkwijze en controleer de handleiding voor modelspecifieke functies.

Stap 1: reset oude programma’s indien nodig

Gebruik je een nieuwe timer, dan kun je eerst controleren of er al programma’s in het geheugen staan. Bij een gebruikte tijdschakelaar is het vaak handig om oude instellingen te wissen. Hiervoor hebben veel modellen een kleine RESET-knop.

Houd er rekening mee dat een volledige reset meestal ook de huidige tijd en andere instellingen verwijdert. Je moet de timer daarna opnieuw programmeren. Gebruik RESET daarom niet zomaar wanneer je bestaande programma’s wilt behouden.

Stap 2: stel de huidige dag en tijd in

Stel eerst de interne klok goed in. Bij veel modellen houd je CLOCK ingedrukt terwijl je met WEEK, HOUR en MIN de juiste dag en tijd kiest. De precieze bediening kan bij jouw model anders zijn.

Controleer ook of de timer een 12- of 24-uursweergave gebruikt. Bij een 12-uursklok moet je goed letten op AM en PM. Een verwisseling daarvan kan ervoor zorgen dat verlichting bijvoorbeeld ’s ochtends in plaats van ’s avonds inschakelt.

Stap 3: open het eerste programma

Druk op TIMER of PROG om het eerste programma te openen. Op veel tijdschakelaars verschijnt iets als 1 ON op het display. Dit is het eerste moment waarop de timer stroom moet inschakelen.

Selecteer vervolgens de gewenste dagen. Je kunt afhankelijk van het model bijvoorbeeld iedere dag kiezen, alleen werkdagen of afzonderlijke dagen. Controleer deze instelling goed voordat je verdergaat.

Stap 4: stel de inschakeltijd in

Gebruik HOUR en MIN om het gewenste inschakelmoment te kiezen. Voor verlichting die om 18:00 uur moet aangaan, stel je het eerste ON-moment dus in op 18:00. Controleer daarna opnieuw de geselecteerde weekdagen.

Sommige timers bieden groepen zoals maandag tot en met vrijdag of zaterdag en zondag. Dat kan handig zijn wanneer je in het weekend een ander programma wilt gebruiken. Maak het programma niet ingewikkelder dan nodig.

Stap 5: stel de uitschakeltijd in

Druk opnieuw op TIMER of PROG totdat 1 OFF verschijnt. Dit is het uitschakelmoment dat hoort bij programma 1. Stel bijvoorbeeld 23:00 uur in wanneer de verlichting dan uit moet gaan.

Controleer dat ON en OFF voor dezelfde gewenste dagen gelden. Een verkeerde dagselectie kan vreemde resultaten opleveren. De lamp kan dan bijvoorbeeld maandag aangaan en pas dinsdag door een ander programma worden uitgeschakeld.

Stap 6: voeg eventueel extra programma’s toe

Veel digitale tijdschakelaars ondersteunen meerdere programma’s. Na 1 ON en 1 OFF krijg je dan bijvoorbeeld 2 ON en 2 OFF. Hiermee kun je op één dag meerdere actieve periodes maken.

Voor vakantieverlichting zou je bijvoorbeeld kunnen gebruiken:

  • 1 ON: 06:30
  • 1 OFF: 08:00
  • 2 ON: 17:00
  • 2 OFF: 23:00

Controleer wel of de programma’s elkaar niet onbedoeld overlappen. Hoe meer programma’s je invoert, hoe groter de kans dat een oude instelling later voor verwarring zorgt. Verwijder programma’s die je niet meer gebruikt.

Stap 7: zet de tijdschakelaar op AUTO

Dit is een stap die makkelijk wordt vergeten. Veel digitale timers kunnen handmatig op ON, OFF of AUTO worden gezet. Alleen in de automatische stand wordt het geprogrammeerde schema normaal gevolgd.

Druk indien nodig op MANUAL totdat AUTO op het display staat. Controleer daarna of de huidige tijd nog correct wordt weergegeven. De timer is nu klaar om het ingestelde programma te volgen.

Wat betekenen de knoppen op een digitale tijdschakelaar?

Digitale tijdschakelaars lijken op elkaar, maar gebruiken niet allemaal exact dezelfde bediening. Sommige fabrikanten gebruiken bijvoorbeeld TIMER terwijl andere PROG gebruiken. Kijk daarom altijd naar de handleiding van jouw specifieke model.

Veel voorkomende aanduidingen zijn:

Knop Gebruikelijke functie
CLOCK Huidige tijd bekijken/instellen
TIMER / PROG Schakelprogramma instellen
WEEK Dag of dagen selecteren
HOUR Uren instellen
MIN Minuten instellen
MANUAL Handmatig tussen standen wisselen
AUTO Automatisch programma
ON Permanent ingeschakeld
OFF Permanent uitgeschakeld
RESET Instellingen wissen
RND / RANDOM Willekeurige schakelfunctie op sommige modellen

Zie deze tabel niet als universele handleiding. Dezelfde knop kan bij verschillende merken een iets andere functie hebben. De handleiding van het apparaat blijft daarom leidend.

Wat betekenen ON, OFF en AUTO?

Vooral bij digitale tijdschakelaars zorgt deze instelling regelmatig voor verwarring. Je kunt alle tijden perfect hebben geprogrammeerd, maar alsnog merken dat de lamp continu blijft branden. Vaak staat de timer dan simpelweg in de verkeerde bedrijfsstand.

Meestal betekenen de standen:

  • ON: het stopcontact van de timer staat continu aan;
  • OFF: het stopcontact van de timer staat continu uit;
  • AUTO: de timer volgt de geprogrammeerde schakeltijden.

Wil je het normale programma gebruiken, kies dan AUTO. Gebruik ON bijvoorbeeld tijdelijk wanneer je het aangesloten apparaat buiten het normale programma wilt gebruiken. Vergeet daarna niet terug te schakelen naar AUTO.

Praktijkvoorbeeld: tijdschakelaar voor verlichting instellen

Stel dat je een lamp iedere avond automatisch wilt laten branden. Je wilt dat deze om 18:00 uur inschakelt en om 23:30 uur weer uitgaat. Bij een digitale tijdschakelaar kun je daarvoor één programma gebruiken.

De instellingen worden:

  • Dagen: maandag t/m zondag
  • 1 ON: 18:00
  • 1 OFF: 23:30
  • Bedrijfsstand: AUTO

Bij een analoge tijdschakelaar stel je alle segmenten tussen 18:00 en 23:30 in op de actieve positie. Controleer vooraf hoeveel minuten ieder segment vertegenwoordigt. Zet vervolgens de schakelaar op de automatische klokstand.

Tijdschakelaar voor kerstverlichting instellen

Een tijdschakelaar is handig wanneer je kerstverlichting niet iedere avond handmatig wilt in- en uitschakelen. Je kunt bijvoorbeeld instellen dat de verlichting in de namiddag aangaat en voor het slapengaan weer uitschakelt.

Bij een digitale timer kun je eventueel ook een tweede periode in de ochtend toevoegen.

Een voorbeeldprogramma is:

  • 1 ON: 06:30
  • 1 OFF: 08:00
  • 2 ON: 16:30
  • 2 OFF: 23:00

Gebruik je kerstverlichting buiten? Controleer dan of zowel de verlichting, tijdschakelaar als andere gebruikte elektrische onderdelen geschikt zijn voor de betreffende buitenomgeving. Een gewone tijdschakelaar voor binnen moet je niet zonder meer buiten gebruiken.

Tijdschakelaar instellen tijdens vakantie

Een tijdschakelaar kan verlichting automatisch laten branden wanneer je niet thuis bent. Een vast dagelijks schema is eenvoudig in te stellen, maar ziet er iedere dag precies hetzelfde uit. Sommige digitale tijdschakelaars hebben daarom een RANDOM- of RND-functie.

Met zo’n functie kunnen schakelmomenten binnen bepaalde grenzen variëren. De precieze werking verschilt sterk per model. Controleer dus in de handleiding hoe de randomfunctie van jouw tijdschakelaar werkt.

Heb je deze functie niet? Dan kun je bij een digitale timer eventueel verschillende programma’s voor verschillende dagen gebruiken. Zo hoeft de verlichting niet iedere avond exact op hetzelfde tijdstip te schakelen.

Kun je een tijdschakelaar buiten gebruiken?

Dat hangt af van de tijdschakelaar. Niet ieder model is geschikt voor vocht, regen of andere omstandigheden buitenshuis. Controleer daarom de productspecificaties en instructies van de fabrikant voordat je een timer buiten plaatst.

Let onder andere op:

  • of de timer geschikt is voor buitengebruik;
  • de opgegeven IP-beschermingsgraad;
  • bescherming van stekkerverbindingen;
  • maximaal toegestaan vermogen;
  • geschiktheid van het aangesloten apparaat;
  • plaatsing volgens de fabrikant.

Gebruik een binnentijdschakelaar niet zomaar in een plastic zak of zelfgemaakt doosje om hem ‘waterdicht’ te maken. Daarmee weet je niet of de installatie veilig is. Kies voor buitengebruik apparatuur die daarvoor ontworpen is.

Waarom werkt mijn tijdschakelaar niet?

Een tijdschakelaar die niet doet wat je verwacht, is niet direct kapot. Vaak staat de huidige tijd verkeerd, is de automatische stand niet geactiveerd of zit er een fout in het programma. Begin daarom altijd met de eenvoudige instellingen.

Deze problemen komen vaak voor:

Probleem Mogelijke oorzaak
Apparaat blijft altijd aan Timer staat op permanent ON
Apparaat blijft uit Timer staat op OFF
Timer schakelt niet AUTO niet geselecteerd
Schakelt op verkeerde tijd Interne klok staat verkeerd
Schakelt één uur verkeerd Zomer- of wintertijd
Werkt op verkeerde dagen Weekdagen verkeerd ingesteld
Analoge timer werkt verkeerd Segmenten/pinnen verkeerd gezet
Digitaal programma werkt niet ON/OFF-programma fout ingesteld
Lamp gaat niet aan Lamp zelf staat uit
Programma lijkt willekeurig Oude programma’s nog actief

De tijdschakelaar blijft altijd aan

Controleer eerst de handmatige stand. Staat een digitale timer op ON in plaats van AUTO, dan blijft het aangesloten apparaat meestal continu stroom krijgen. Bij analoge modellen kan er een vergelijkbare handmatige schakelstand aanwezig zijn.

Zet de timer terug op AUTO of het kloksymbool. Wacht vervolgens tot het volgende schakelmoment of maak tijdelijk een testprogramma. Zo zie je snel of de automatische functie weer werkt.

De tijdschakelaar gaat niet aan

Controleer eerst of de tijdschakelaar daadwerkelijk stroom krijgt. Kijk daarna of het aangesloten apparaat zelf ingeschakeld staat. Een lamp met een eigen schakelaar op UIT zal ook met een werkende timer niet gaan branden.

Controleer vervolgens het programma. Staat er zowel een correcte ON- als OFF-tijd ingesteld en is AUTO actief? Bij een analoge timer controleer je de positie van de segmenten of pinnetjes.

De tijdschakelaar schakelt op het verkeerde moment

Vergelijk de huidige tijd met de klok van de timer. Bij een analoge timer kan de draaischijf verkeerd staan, terwijl bij een digitale uitvoering de interne klok verkeerd kan zijn ingesteld. Controleer ook AM/PM wanneer een 12-uursweergave wordt gebruikt.

Kijk daarna naar de schakeltijden zelf. Een fout van 15 of 30 minuten bij een analoge timer kan simpelweg door één verkeerd segment worden veroorzaakt. Corrigeer de instelling en test opnieuw.

Tijdschakelaar loopt één uur verkeerd

Schakelt de tijdschakelaar precies één uur te vroeg of te laat? Dan is de overgang tussen zomer- en wintertijd een logische eerste controle. Niet iedere tijdschakelaar past zijn interne klok automatisch aan.

Controleer eerst de huidige tijd op de timer. Staat die één uur verkeerd, pas dan de klok aan. Je hoeft de afzonderlijke programma’s meestal niet te veranderen wanneer alleen de interne tijd verkeerd stond.

Sommige digitale modellen hebben een aparte zomer-/wintertijdfunctie. Controleer of deze functie actief is en hoe deze volgens de fabrikant werkt. Zo voorkom je dat je de klok dubbel corrigeert.

Tijdschakelaar resetten

Een reset kan helpen wanneer er oude programma’s actief zijn of wanneer je helemaal opnieuw wilt beginnen. Vooral bij digitale tijdschakelaars kan het lastig zijn om te zien welke instellingen een vorige gebruiker heeft opgeslagen. Een volledige reset maakt dan schoon schip.

Let wel op: na een reset kunnen opgeslagen programma’s, huidige tijd en weekdag verdwijnen. Noteer instellingen die je wilt bewaren voordat je op RESET drukt. Stel daarna eerst opnieuw de huidige tijd in.

Digitale tijdschakelaar resetten

Zoek naar een knop met RESET of R. Soms is dit een kleine verzonken knop waarvoor je volgens de handleiding een dun voorwerp nodig hebt. Volg hiervoor de instructies van de fabrikant.

Na het resetten stel je opnieuw in:

  1. huidige dag;
  2. huidige tijd;
  3. eerste ON-programma;
  4. eerste OFF-programma;
  5. eventuele extra programma’s;
  6. automatische stand.

Analoge tijdschakelaar opnieuw instellen

Een eenvoudige analoge timer heeft meestal geen digitale resetfunctie nodig. Je kunt de huidige tijd opnieuw goed zetten en vervolgens alle segmenten of pinnetjes opnieuw instellen. Controleer daarna de automatische stand.

Kijk bij een gebruikt exemplaar goed of alle segmenten nog correct bewegen. Een mechanisch onderdeel dat vastzit of beschadigd is, kan voor problemen zorgen. Forceer beschadigde onderdelen niet.

Veelgemaakte fouten bij een tijdschakelaar instellen

Een tijdschakelaar instellen is niet moeilijk zodra je begrijpt hoe jouw model werkt. Toch kunnen kleine fouten ervoor zorgen dat het programma helemaal niet wordt uitgevoerd. Vooral de automatische stand wordt makkelijk vergeten.

Controleer daarom of je deze fouten niet maakt:

  • huidige tijd verkeerd ingesteld;
  • verkeerde dag geselecteerd;
  • AM en PM verwisseld;
  • alleen een ON-tijd ingesteld;
  • OFF-tijd verkeerd ingesteld;
  • timer niet op AUTO gezet;
  • analoge segmenten verkeerd geïnterpreteerd;
  • AAN- en UIT-pinnen verwisseld;
  • oude digitale programma’s laten staan;
  • zomer- of wintertijd niet aangepast;
  • aangesloten apparaat zelf uitgeschakeld;
  • maximaal vermogen van timer genegeerd.

Loop deze punten één voor één langs wanneer de tijdschakelaar niet goed werkt. Begin niet direct met een reset, want daarmee kun je juist correcte instellingen wissen. Vaak is het probleem met één kleine aanpassing opgelost.

Analoge of digitale tijdschakelaar: welke is makkelijker?

Een analoge tijdschakelaar is meestal het eenvoudigst wanneer je iedere dag hetzelfde programma wilt uitvoeren. Je stelt de huidige tijd en segmenten in en hebt daarna weinig instellingen om naar om te kijken. Voor eenvoudige verlichting is dat vaak voldoende.

Een digitale timer biedt meer mogelijkheden wanneer je per dag verschillende tijden wilt gebruiken. Ook meerdere schakelmomenten per dag zijn doorgaans makkelijker te programmeren. Daar staat tegenover dat het instellen iets meer tijd kost.

Eigenschap Analoog Digitaal
Eenvoudig instellen Zeer eenvoudig Iets ingewikkelder
Nauwkeurigheid Afhankelijk van segmenten Vaak nauwkeuriger
Verschillende weekdagen Meestal niet Vaak wel
Meerdere programma’s Beperkt Vaak veel
Display Nee Ja
Randomfunctie Meestal niet Soms
Programma snel zien Visueel op draaischijf Via display/menu

Welke uitvoering beter is, hangt dus af van wat je ermee wilt doen. Voor iedere avond dezelfde lamp schakelen is analoog prima. Voor verschillende dagen en meerdere tijdvakken is digitaal praktischer.

Tijdschakelaar goed ingesteld? Controleer altijd het programma

Een tijdschakelaar instellen begint altijd met de juiste huidige tijd. Daarna stel je bij een analoge uitvoering de segmenten of pinnetjes in en programmeer je bij een digitaal model de gewenste ON- en OFF-momenten. Controleer vervolgens of de automatische stand actief is.

Test de timer voordat je erop vertrouwt dat het programma goed wordt uitgevoerd. Vooral bij verlichting kun je tijdelijk een schakelmoment vlak na de huidige tijd instellen. Zo weet je binnen enkele minuten of alles goed staat.

Werkt de tijdschakelaar niet zoals verwacht, controleer dan eerst de klok, AUTO-stand en schakeltijden. Bij een digitale timer kijk je daarnaast naar weekdagen en oude programma’s. In veel gevallen zit de oplossing in één van deze instellingen.